Turks meisje neuken lesbo vingeren

turks meisje neuken lesbo vingeren

Om vast te stellen of een kind een problematiek heeft zijn er aparte normen voor elke leeftijdscategorie en wordt er onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Vergelijking tussen categoriaal en dimensionaal classificeren De Child Behavior Checklist sluit beter aan bij het gedachtegoed van de ontwikkelingspsychopathologie dan de DSM. Achenbach geeft een aantal argumenten die pleiten voor de vragenlijstmethode. Op de eerste plaats is hij van mening dat die beter aansluit bij de praktijk van snel wisselende en verder ontwikkelende vaardigheden bij kinderen.

Een tweede argument van Achenbach in het voordeel van de CBCL is dat er voor psychische stoornissen geen harde criteria te geven zijn, terwijl de DSM daar wel impliciet van uitgaat. Als derde argument noemt Achenbach dat in de handleiding van DSM 5 niet staat wie moet beoordelen of een persoon aan een stoornis lijdt, maar dat het in de praktijk altijd de hulpverlener zal zijn die op grond van informatie uit observaties en interviews tot een conclusie komt.

Een sterke kant van de CBCL is daarentegen dat er vragenlijsten zijn ontwikkeld voor verschillende informanten: Allereerst is DSM 5 over de hele wereld verbreid, wat de communicatie tussen hulpverleners een stuk gemakkelijker maakt. CBCL werkt met genormeerde vragenlijsten die voor elk land weer verschillend zijn.

Een tweede verschil is dat met de CBCL vooral veel voorkomende psychische problemen met veel symptomen goed opgespoord kunnen worden. Zeldzame stoornissen, zoals stoornissen met slechts één symptoom zijn minder goed op te sporen met de CBCL en beter met DSM systematiek.

Classificatie in dit boek De stoornissen, worden beschreven aan de hand van de systematiek van DSM 5. Psychische stoornissen worden opgevat als extreme ontsporingen in de ontwikkeling. Diagnostiek Naast vaststellen wat er met een kind aan de hand is, zal een hulpverlener ook altijd willen achterhalen hoe de stoornis is ontstaan en waarom het niet voorbijgaat.

Dit laatste noemen we diagnostiek wat letterlijk door kennen betekent. Bij diagnostiek proberen we op individueel niveau antwoord te vinden op de vragen als hoe is dit bij dit kind zo gekomen?

Een diagnose houdt dus meer in dan het beschrijven van wat de hulpverlener waarneemt en waar de classificatie op gestoeld is. De diagnose is het verklaren en begrijpen van wat de hulpverlener waarneemt bij een uniek kind. Bij de diagnose wordt gebruikgemaakt van inzichten. Terwijl classificatie een eerste aanzet kan geven tot behandeling is diagnostiek voorwaardelijk voor een goede hulpverlening toegesneden op een uniek kind en het unieke gezin.

Als het lukt om de problemen te classificeren, kan de hulpverlener een begin maken met het diagnosticeren door antwoord te krijgen op bijvoorbeeld de drie waaromvragen: Wat is er in de ontwikkeling van het kind gebeurd dat het nu wel klachten heeft en eerder niet?: Met behulp van antwoorden op deze vragen kan de hulpverlener op zoek gaan naar recente gebeurtenissen, zoals een toename van risicofactoren. Waarom heeft het kind juist deze problemen met deze klachten ontwikkeld en geen andere klachten, zoals een angststoornis of een eetstoornis?: Welke positie neemt het kind binnen het gezin in?: Het gezin, Tabel 2.

Bij classificatie van problemen gaat het om het beantwoorden van de vraag wat er aan de hand is, en men kijkt daarbij alleen naar de klachten die het kind heeft of de zorgen die de ouders over het kind hebben. Deze factoren kunnen voorkomen op het niveau van het kind kindfactoren , op het niveau van het gezin gezinsfactoren en op het niveau van de sociale omgeving omgevingsfactoren. Gezinsonderzoek is echter niet alleen van belang om vast te stellen of er een interactie is tussen gezinsfunctioneren en problematiek bij een kind; het gaat er evengoed om de sterke kanten van het gezinsfunctioneren te bepalen.

Het vaststellen van het gezinsfunctioneren is bovendien van belang bij de beslissingen over de aard van de hulpverlening. Onderzoek naar het gezinsfunctioneren vindt voornamelijk plaats door de leden van het gezin vragen te stellen. Een voorbeeld daarvan is de Ouder Kind Interactie Vragenlijst. De hulpverlener moet zich er steeds van bewust zijn dat het zojuist beschreven proces van classificatie en diagnostiek nooit is afgerond en altijd doorgaat.

Vier diagnostische methoden 1 het diagnostisch gesprek Een gesprek is het belangrijkste instrument bij zowel classificatie als diagnostiek. Aan een diagnostisch gesprek onderscheiden we drie ingrediënten: Tijdens een gesprek luistert de hulpverlener naar wat de hulpvrager te vertellen heeft.

Aanvullend of voorafgaand aan het luisteren kan de hulpverlener gerichte vragen stellen. Met het stellen van vragen kan de hulpverlener het verhaal van de hulpvrager nuanceren. Behalve luisteren en vragen zal de hulpverlener ook observeren tijdens het gesprek. Hij kijkt, luistert en ruikt eventueel.

Deze drie zintuigen verschaffen informatie over de toestand van een hulpvrager. Het intake gesprek zet het hulpverlenings en diagnostisch proces in gang. Tijdens de eerste gesprekken wordt meestal een anamnese afgenomen. Dit is het deel van het gesprek waarin de voorgeschiedenis van een stoornis, klacht of ziekte in beeld wordt gebracht. Een anamnese kan uit verschillende aspecten bestaan.

Naast de geschiedenis van het probleem kan ook aandacht worden besteed aan het systeem waarin de hulpvrager functioneert. Een klachtgeschiedenis die de persoon met problemen zelf toelicht noemen we autoanamnsse of zelfanamnese. Een heteroanamnese is gebaseerd op de informatie van anderen. Een gesprek kan een vervolg krijgen in een interview.

De hulpverlener stelt dan gestandaardiseerde vragen. Dit interview is ontwikkeld om tot DSM classificaties te komen. De hulpverlener die het gesprek gebruikt als een diagnostisch instrument moet voldoen aan een aantal voorwaarden. Empathie, acceptatie en zelfkennis beïnvloeden het gesprek. Waarnemen gebeurt vaak per ongeluk. Observeren is echter opzettelijk, doelgericht en systematisch waarnemen.

Participerende observatie, waarbij de hulpverlener zich bevindt op de plek waar ook de hulpvrager is en observeert tijdens zijn andere taken. Het bekendste psychodiagnostische instrument is de intelligentietest. Functietesten meten een bepaalde functie van het kind, zoals intelligentie. Het competentiemodel helpt opvoeders, leerkrachten en hulpverleners om problemen van kinderen, jongeren en ouders vanuit een ontwikkelingsperspectief te analyseren.

De ontwikkelingstaken vormen in het competentiemodel een kernelement. Het model, ook wel sociale competentiemodel, genoemd plaatst problemen en stoornissen van kinderen en jongeren in een ontwikkelingsperspectief. Dat betekent dat we niet alleen naar problemen kijken, maar ook naar de mate waarin de jeugdige in diverse ontwikkelingsdomeinen wel of niet goed, en wel of niet leeftijdsconform functioneert.

Ontwikkelingsdomeinen noemen we ook wel ontwikkelingstaken. De jeugdwet, noemt drie ontwikkelingstaken waarop jeugdhulp zich dient te richten: Het gezond en veilig opgroeien b. Het groeien naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid c. Het competentiemodel Het competentiemodel is zowel van belang voor de analyse als het handelen. We noemen een persoon competent als hij of zij laat zien over voldoende vaardigheden te beschikken om de ontwikkelingstaken die aan de orde zijn, op een adequate manier uit te voeren.

De ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen kan vanuit verschillende perspectieven worden benaderd. Ontwikkeling wordt beïnvloed door de interactie tussen het individu en de omgeving, tussen genetisch bepaalde factoren en maatschappelijke omgevingsfactoren.

In elke leeftijdsfase zijn specifieke taken aan de orde. Deze worden soms ingegeven vanuit de omgeving in de vorm van eisen, verwachtingen en taken. Soms komen ze meer vanuit het individu als gevolg van lichamelijke groei, hersenontwikkeling. Ontwikkelingstaken zijn tijd en cultuurbepaald. Culturele en tijdsgebonden opvattingen kunnen er ook toe leiden dat ontwikkelingstaken voor meisjes anders worden geïnterpreteerd dan voor jongens.

Sociale contacten en vriendschappen: Ontwikkelingstaken jaar ouders met jonge kinderen: Herformulering van ontwikkelingstaken Er lijkt tussen de adolescentie en de volwassenheid een tussenfase te zijn ontstaan, ontluikende volwassenheid. Auteurs als Masten zien de ontluikende volwassenheid als een kansrijke gelegenheid.

Die zou het individu in staat stellen eventuele problemen uit de adolescentie alsnog op te lossen en beter gefundeerd keuzes te maken die de verdere levensloop beïnvloeden. De rijping van het brein blijkt door te gaan tot in de jongvolwassenheid. Dat geldt met name voor impulscontrole en sociale informatieverwerking: Voor de herformulering van de ontwikkelingstaken als onderdeel van het competentiemodel hebben het werk van Arnett en Masten en de uitkomsten van hersenonderzoek geïnspireerd tot het formuleren van ontwikkelingstaken voor 18 tot 23 jarigen.

Een voorbeeld van een maatschappelijke ontwikkeling die grote invloed heeft, is de opkomst van sociale media. Vergeleken met de periode waarin het competentiemodel ontstond is nu veel meer bekend over het belang van cognitieve vaardigheden.

Factoren die competentie belemmeren of bevorderen Verschillende factoren kunnen de competentiebalans verstoren. Ontwikkelingstaken kunnen extra moeilijk zijn door de aanwezigheid van: Dat zien we bij personen die er niet in slaagden de ontwikkelingstaken te vervullen die eerder in hun leven aan de orde waren. Competentie analyse Het competentiemodel maakt het mogelijk een competentie analyse te maken.

Deze analyse geeft antwoord op twee vragen: In hoeverre kan het probleemgedrag begrepen worden als een achterstand of belemmering van de ontwikkeling? In hoeverre kunnen vaardigheden waarover de persoon wel beschikt als compensatie worden versterkt en aangewend om het probleemgedrag te verminderen? De analyse kan uitwijzen welke elementen de competentie het meest bedreigen.

De analyse wijst ook uit waar de positieve aanknopingspunten zich bevinden. Strategieën en technieken om competentie te vergroten Als eenmaal helder is welke ontwikkelingstaken al dan niet voldoende worden vervuld, welke vaardigheden en vaardigheidstekorten daarbij aan de orde zijn en welke risico en beschermende factoren een rol spelen, komen de technieken en strategieën van de professional in beeld.

Ontwikkelingstaken verlichten of verrijken Een ontwikkelingstaak kan verlicht worden door bijvoorbeeld structuur te bieden. Soms is de competentiebalans verstoord omdat ontwikkelingstaken zich niet in voldoende mate manifesteren.

Dan is juist taakverrijking van belang. Risicofactoren terugdringen Risicofactoren kunnen betrekking hebben op eigenschappen van de jongeren zoals een opvliegend temperament, of op kenmerken van de omgeving, zoals een criminele vriendengroep. Beschermende factoren in de omgeving kunnen gemobiliseerd worden door met de jongere en het gezin na te gaan welke personen in de omgeving tot steun kunnen zijn. De eerste toepassing van competentievergroting in een residentiële instelling stamt uit de jaren tachtig.

Twee voorbeelden van niet residentiële competentiegerichte hulpvormen zijn Families First en de vertrektraining. Het doel van Families First is het herstellen en waarborgen van veiligheid in het gezin en daarmee het voorkomen van uithuisplaatsing van één of meerdere kinderen. De hulp bestaat uit een combinatie van praktische hulp, crisisinterventie, vaardigheidstraining en netwerkversterking.

Het doel van de VertrekTraining is het risico van thuisloosheid te verminderen. De aanpak is een combinatie van vaardigheidstraining en netwerkversterking die moet leiden tot: Een stabiele huisvesting 2. Financieel gezonde situatie 3.

Werk of een andere vruchtbare dagbesteding 4. Geen jusititele zaken 5. Een toereikend sociaal steunend netwerk. Deze trekken worden gedefinieerd als duurzame patronen van waarnemen, omgaan met en denken over de omgeving en de eigen persoon.

Deze trekken manifesteren zich in uiteenlopende sociale en persoonlijke omstandigheden. Pathologische trekken hebben drie gemeenschappelijke kenmerken. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis beschouwen zichzelf dus niet als ziek of gestoord. De overlap tussen beide categoriale systemen is vrij groot. Alhoewel de DSM-IV-TR en ICD een aanzienlijke mate van overlap vertonen betreffende de benaming en diagnostische kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen, worden niet altijd dezelfde patiënten geïdentificeerd.

Algemene definitie en kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen Zie hierboven. Al bovenstaande criteria zijn van toepassing op elk van de 79 specifieke diagnostische criteria. Schizotypische persoonlijkheidsstoornis vertoont qua uitingsvorm veel overeenkomsten met de psychotische stoornis. Overeenkomst met de psychotische stoornis is dat vooral deze persoonlijkheidsstoornis op anderen als zeer vreemd of excentriek overkomt.

Bij schizotypische personen is er sprake van belangrijke sociale en intermenselijke beperkingen. Cluster B persoonlijkheidsstoornissen 4 soorten De vier persoonlijkheidsstoornissen die tot cluster B behoren, worden vooral gekenmerkt door instabiliteit.

Iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis kan gekenmerkt worden als iemand die vanaf jonge leeftijd met gedragsproblemen kampt, op volwassen leeftijd weinig respect heeft voor de medemens en weinig tot geen rekening houdt met de belangen van anderen.

De eerste impressie van veel individuen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis is doorgaans positief. Doordat personen met deze stoornis doorgaans in de veronderstelling leven dat ze zeer bijzonder zijn, menen ze op basis daarvan echter ook recht te hebben op een bijzondere behandeling.

Dit maakt ze juist vaak niet geliefd. Ze zijn er voortdurend op uit om steun en erkenning te krijgen van anderen terwijl ze dat zelf niet of nauwelijks kunnen. Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis omringen zich veelal het liefst met anderen die tegen hen opkijken of die zij kunnen gebruiken.

Mensen met een bordeline persoonlijkheidsstoornis kunnen snel wisselen van iemand bewonderen naar iemand afkeuren of zelfs haten, zonder dat er een duidelijke reden is. Suïcidaal gedrag is dikwijls niet een signaal van een daadwerkelijke doodswens, maar dient meestal meer om aandacht te krijgen of om even geen pijn meer te voelen. Bij bijna alle individuen met een bordeline persoonlijkheidsstoornis is er tevens sprake van meerdere persoonlijkheidsstoornissen.

Staat ook wel bekend onder de benaming historische of hysterische persoonlijkheidsstoornis. Individuen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis kunnen ook wel omschreven worden als opvallend kleurrijk, zijn uitbundig, gevoel voor drama.

De emotionele uitbundigheid van deze individuen is echter bedrieglijk en dient doorgaans juist als een maskering voor een oppervlakkig en labiel gevoelsleven. Net als narcistische personen zijn theatrale personen op zoek naar aandacht en hebben ze het verlangen op te vallen en zich te onderscheiden van de massa.

Cluster C persoonlijkheidsstoornissen 3 soorten Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Er is sprake van geremdheid in sociale contacten en van minderwaardigheidsgevoelens.

Ze hebben wel een normale behoefte aan inter persoonlijk contact. Ze zijn alleen dermate gevoelig en kwetsbaar voor afwijzing en kritiek dat voor hen de minst slechte optie is het vermijden van contacten, aangezien dat vermijdingsgedrag volgens hen ook het risico vermindert op het krijgen van kritiek of afgewezen te worden.

Vaak wordt het leven van ontwijkende personen beheerst door angst en overgevoeligheid en roepen ze door hun onzekere houding bij anderen juist kritiek op. Personen met een afhankelijke persoonlijkheidstoornis proberen hun leven zo in te richten dat ze voortdurend voorzien zijn van hulp en ondersteuning en er nooit alleen voor hoeven te staan.

Verantwoordelijkheid voor dagelijkse en belangrijke beslissingen laten zij bij voorkeur over aan iemand anders, omdat ze niet genoeg vertrouwen hebben in hun eigen vermogen om goede keuzes te maken. Er is vaak ook sprake van verlatingsangst. De obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis is ook wel bekend onder de benaming dwangmatige persoonlijkheidsstoornis. Perfectionisme, rigide, preoccupatie met ordening en controle. Hierin zijn ze zo doorgeschoten dat het ten koste gaat van flexibiliteit, openheid en doelmatigheid.

Doordat dwangmatige personen hoge eisen stellen aan het eigen functioneren en een vergelijkbaar hoog niveau verwachten van de mensen om hen heen, roepen ze vaak ergernis bij anderen op. Samenwerken doen ze liever niet. Persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven Ook voor deze categorie geldt dat aan alle algemene diagnostische criteria voldaan moet worden.

Binnen deze categorie worden drie verschillende vormen onderscheiden: Ze hebben niet alleen chronisch last van somberheid en schuldgevoelens, maar worden van jongs af aan gekenmerkt door een laag zelfbeeld en gevoelens en cognities van waardeloosheid en inadequaatheid. Naar de passief agressieve persoonlijkheidsstoornis wordt ook wel verwezen met de term negavistische persoonlijkheidsstoornis. Deze personen zetten zich op een passieve manier af tegen werkgerelateerde taken en sociale verplichtingen.

Van een gemengde persoonlijkheidsstoornis is sprake als patiënten gekenmerkt worden door criteria van meerdere persoonlijkheidsstoornissen, terwijl niet voldaan is aan de volledige criteria van een of meer van die specifieke persoonlijkheidsstoornissen. Een atypische persoonlijkheidsstoornis kan gediagnosticeerd worden indien een patiënt voldoet aan alle algemene diagnostische criteria en enkele kenmerken van een specifieke persoonlijkheidsstoornis, maar niet voldoende om de diagnose van die specifieke persoonlijkheidsstoornis te rechtvaardigen.

Onderscheid tussen al I en as II Binnen de multiaxiale vijfassig classificatie van de DSM-IV-TR worden de persoonlijkheidsstoornissen op de tweede as ondergebracht, apart van andere psychische stoornissen. De reden hiervoor was vooral pragmatisch, namelijk om meer klinische aandacht te verkrijgen voor de comorbiditeit van persoonlijkheidsstoornissen in de context van symptoomstoornissen of klinische syndromen als angst of stemmingsstoornissen.

Voor en nadelen van categoriale classificatie Belangrijkste voordeel van deze categoriale benadering DSM en ICD is de eenvoud en bekendheid ervan, wat intercollegiale communicatie kan bevorderen. Deze benadering is gebaseerd op drie algemene assumpties: De verschillen tussen individuen met dezelfde diagnoses zijn relatief klein.

In het geval van persoonlijkheidsstoornissen kan de houdbaarheid van al deze drie assumpties in twijfel worden getrokken. Studies wijzen erop dat er geen sprake is van een absolute grens tussen een normale persoonlijkheid en een pathologische persoonlijkheid, er komen steeds meer dimensionale modellen.

Doordat het lastig te bepalen is wanneer een persoonlijkheidsstoornis zich voor het eerst manifesteert bij een individu, zijn er nog geen incidentiestudies uitgevoerd, maar richten de epidemiologische studies zich vooral op de punt prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen. Allereerst zijn de prevalenties afhankelijk van kenmerken van de steekproef. Naast de invloed van steekproefkenmerken kan het verschil in gerapporteerde prevalenties ook het gevolg zijn van conceptuele en methodische verschillen tussen studies.

Socio demografische kenmerken Sociodemografische kenmerken: Naast een mogelijke relatie tussen geslacht en de prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen zijn er ook aanwijzingen dat leeftijd van invloed kan zijn. Op basis van diverse studies kan verondersteld worden dat mensen in de loop van hun leven introverter en dwangmatiger worden en minder impulsief en openlijk agressief gedrag gaan vertonen. De invloed van andere sociaaldemografische variabelen zoals opleiding, leefsituatie en woonomgeving op de prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen is minder vaak onderzocht.

Er zijn aanwijzingen dat de persoonlijkheidsstoornis samenhangt met een lager opleidingsniveau. Dit is alleen nog niet voldoende onderzocht. Comorbiditeit Het is bekend dat onderlinge comorbiditeit van persoonlijkheidsstoornissen veel voorkomt. Het meest prevalent is comorbiditeit binnen de clusters A en B. Een veelvoorkomende combinatie wordt gevormd door de borderline en de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.

Er zijn ook combinaties van persoonlijkheidsstoornissen die weinig voorkomen, zo zal de antisociale persoonlijkheidsstoornis zelden tot nooit samen komen met de obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis. De regelmatig voorkomende comorbiditeit tussen persoonlijkheidsstoornissen wijst er niet zozeer op dat er bij patiënten met meer dan één as II diagnose meerdere persoonlijkheden of een dissociatieve identiteitsstoornis aanwezig zou zijn; het wijst eerder op onvoldoende afbakening tussen de verschillende persoonlijkheidsstoornissen in de DSM.

Aan de hand van de bestaande studies kan gesteld worden dat vooral de volgende combinaties vaker voorkomen: Er zijn drie metamodellen: Anders dan de kwetsbaarheidhypothese veronderstelt de continuïteitshypothese niet alleen een oorzakelijke relatie tussen as I en as II stoornissen, maar biedt deze hypothese slechts ruimte voor maar één oorzakelijke relatie.

De as I aandoening gaat vooraf aan de persoonlijkheidstoornis andersom dan de primaire persoonlijkheidsmodel. Volgens de complicatiehypothese zijn bepaalde persoonlijkheidstrekken of stoornissen het gevolg van eerder doorgemaakte psychiatrische stoornissen. Gaat er niet van uit dat de as I stoornis voorafgaat aan de as II stoornis en andersom, maar biedt een verklaring voor het gelijktijdig optreden van een as I en as II stoornis. Verondersteld wordt dat aan beide type stoornissen een bepaald risicofactor ten grondslag ligt.

Naast de bevindingen uit bovengenoemd onderzoek naar de relaties tussen gemeenschappelijke bio psychologische factoren is tevens denkbaar dat omgevingsgerelateerde factoren als gemeenschappelijke risicofactoren invloed hebben op het optreden van comorbiditeit tussen as I en as II.

Bipolaire stoornis De bipolaire stoornis is een ernstige stoornis vanwege de langdurige beperking, de grote kans op herhaling en de mogelijke grote gevolgen. Een bipolaire stoornis hebben betekent bij volwassenen dat zij afwisselend neerslachtige depressieve en overdreven uitgelaten manische periodes doormaken. De depressieve periode lijkt zeer sterk op de unipolaire depressie.

Kenmerkend aan de overdreven uitgelaten stemming zijn onder meer grootheidsideeën, weinig behoefte aan slaap, veel meer praten dan gebruikelijk, enorm veel gedachten of gedachtesprongen en snel afleidbaar. Als deze laatste drie kenmerken niet aanwezig zijn, maar de stemming wel duidelijk verstoord is, spreekt men van een hypomanische periode.

Ook de bipolaire stoornis kent een minder ernstige vorm: Deze stoornis uit zich in minder ernstige korte hypomanische en korte depressieve periodes. Vaststelling bij kinderen en adolescenten De bipolaire stoornis is moeilijk vast te stellen bij kinderen en adolescenten. Er is vaak sprake van snelle stemmingswisselingen met onduidelijke wisselende symptomen. In de praktijk wordt de stoornis doorgaans vastgesteld na de eerste duidelijke manische periode, maar daar is dan vaak al een jarenlang traject in de hulpverlening aan voorafgegaan.

Op jonge leeftijd wordt de bipolaire stoornis vaak verward met ADHD en andere gedragsstoornissen en met de unipolaire depressieve stoornis. Doordat de bipolaire stoornis vaak vele jaren na de eerste klachten wordt vastgesteld, meestal pas als het kind of de adolescent al een jongvolwassene is, kunnen tussen de eerste symptomen en de officiële vaststelling wel twaalf jaar zitten. Een psychotische stoornis is een van de ernstigste verstoringen van de menselijke psyche. Behalve de patiënt lijdt ook zijn familie in hoge mate onder de stoornis.

Dit betekent dat een chronische psychotische stoornis in vergelijking met andere psychische stoornissen een grotere impact heeft op het leven van de patiënt en zijn omgeving, dat de behandeling intensiever en langduriger is dan andere psychische stoornissen, en dat daardoor ook de maatschappelijke kosten aanzienlijk hoger uitvallen. De ernst van een psychotische stoornis komt tot uiting in een onderzoek onder deskundigen en patiënten uit veertien geïndustrialiseerde ontwikkelingslanden.

Schizofrenie wordt gezien als een hersenziekte maar het ontstaan en het beloop van de stoornis zijn niet uitsluitend vanuit biologische processen te verklaren, want vanuit ontwikkelingspsychopathologisch gezichtspunt is het op te vatten als een neurologische ontwikkelingsstoornis die zich in de loop van het leven verschillend manifesteert.

De interpretaties van iemand met een psychose zijn echter zo afwijkend van die van andere mensen dat wij deze interpretaties als gestoord of gek benoemen. De gestoordheid wordt met name afgeleid uit drie kenmerken van een psychose: Niet logisch redeneren In de preoperationele fase van de cognitieve ontwikkeling vanaf 2 tot ongeveer 7 jaar heeft het jonge kind nog geen adequate logische denkstrategieën ontwikkeld en vertoont hij de volgende vijf opvallende maar voor de ontwikkelingsfase normale tekortkomingen, in vergelijking met het denken bij volwassenen of oudere kinderen: Moeite met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid: Realistisch denken over psychische verschijnselen: Na de preoperationele fase komt het kind vanaf een jaar of zeven in de concreet operationele fase.

Het kind ontwikkelt dan de mogelijkheid om logisch te redeneren en de invloed van fantasie en bijgeloof verdwijnt geleidelijk. Stemmen horen Een psychose kan behalve door onlogisch denken ook gekenmerkt worden door hallucinaties, waarvan stemmen horen de bekendste vorm is. Alleen als het kind er last van heeft en erover klaagt, en als het gepaard gaat met een vermindering in functioneren, moet je jezelf als ouder er wel zorgen over maken.

Dat stemmen horen niet ongewoon is bij kinderen bleek uit een onderzoek. Dit laatste kenmerk lijkt erg op de stemmen die mensen met schizofrenie horen, en dit is dan wel reden tot zorg. Lichte en geïsoleerde psychotische verschijnselen De laatste jaren is er steeds meer bewijs dat schizofrenie een extreme uiting is van verschijnselen die in lichtere mate bij veel meer mensen voorkomen.

Daarnaast zijn de volgende andere factoren van invloed op de cijfers: De ontwikkelingsfase waarin de persoon zich bevindt: Dat kan hen vatbaarder maken voor bijvoorbeeld paranoïde gedachtes. Psychose Psychotische stoornissen zijn over het algemeen goed te herkennen aan de hand van wanen en hallucinaties, de twee bekendste symptomen. Bij psychotische stoornissen onderkennen we vier hoofdcategorieën van symptomen.

Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in een slechte zelfverzorging of moeite hebben met iets te beginnen of af te maken. Dit worden de negatieve symptomen genoemd, omdat ze verwijzen naar de afwezigheid van kenmerken die bij mensen zonder een psychose juist wel aanwezig zijn. De symptomen uit de vier categorieën komen niet perse samen voor.

Om de verschillende stoornissen die met een psychose gepaard kunnen gaan te kunnen onderscheiden, gebruikt men criteria die gebaseerd zijn op: Een hallucinatie moet worden onderscheiden van een illusie, waarbij wel een prikkel van buitenaf aanwezig is, die echter niet adequaat wordt geïnterpreteerd.

Akoestische hallucinaties betreffen het gehoor: Bij visuele hallucinaties ziet de persoon voorwerpen, mensen of geesten die er in werkelijkheid niet zijn. Bij tactiele hallucinaties voelt de persoon iets wat er niet is, bijvoorbeeld beestjes die over hem heen kruipen of in zijn lichaam organen op eten.

Ook smaakhallucinaties of geurhallucinaties zijn mogelijk. Bij een psychose is stemmen horen de meest voorkomende vorm van hallucineren. Wanen Een waan is een onjuiste interpretatie van een realistische gebeurtenis waar hij moeilijk of in het geheel niet van af te brengen is.

Het wordt een inhoudelijke denkstoornis genoemd omdat het vaak een bizarre interpretatie is, maar de logica hoeft niet per se gestoord te zijn.

Het belangrijkste verschil tussen een waan en een waanachtig idee iets wat we allemaal wel eens hebben is dat iemand met een waan vrijwel niet van zijn foutieve overtuiging is af te brengen. Maar het verschil met een waan is dat je al snel zelf beseft dat het niet waar is of dat je door anderen uit de waan geholpen wordt. Wanen worden ingedeeld naar inhoud: De nieuwslezer van het journaal kijkt hem op een betekenisvolle wijze aan.

Bizarre wanen komen meer voor bij schizofrenie dan bij andere psychotische stoornissen. Schizofrenie in de geschiedenis van de psychiatrie werd de stoornis schizofrenie in eerste instantie door Kraepelin beschreven als dementia praecox.

Dit is een onjuiste visie. Letterlijk betekent schizofrenie gespleten geest. Bij iemand met schizofrenie bestaan er geen meerdere persoonlijkheden, maar is er wel sprake van een gebrekkige afstemming tussen verschillende cognitieve functies, zoals denken, waarneming, motivatie, emotie en handelen. Schizofrenie is een voorbeeld van een psychotische stoornis waarbij niet alle vier hoofdcategorieën van de psychotische symptomen voorkomen.

Bij schizofrenie is geen sprake van affectieve disregulatie. Veel van de kernsymptomen worden gebruikt om onderzoek te doen naar endofenotypen, de schakel tussen een genetische aanleg en het tot uiting komen van de daadwerkelijke symptomen van een stoornis.

Endofenotypen komen ook vaak voor bij eerstegraads familieleden van de persoon met schizofrenie. Ze duiden op een genetische aanleg. Met name positieve emoties worden minder getoond. Negatieve emoties worden vaker vertoond, maar dan meestal te heftig en te extreem.

Een van de verklaringen voor hun inadequate gevoelsreacties naar anderen is dat bij het waarnemen van emoties bij anderen er normaal gesproken tegelijkertijd en automatisch gebruik wordt gemaakt van visuele en auditieve input: Dit proces van multimodale waarneming is minder goed ontwikkeld bij mensen met schizofrenie.

Hierdoor functioneren zij ook op sociaal gebied minder goed. Er wordt een verband verondersteld tussen dit kenmerk en geconstateerde afwijkingen in oogbewegingen die met name bij mensen met schizofrenie zouden voorkomen: Smooth pursuit het volgen van een bewegend voorwerp met een vloeiende oogbeweging.

Mensen met schizofrenie zijn vaak passief, hebben weinig verlangens en verwaarlozen zichzelf op het gebied van hygiëne en gezondheid. Daardoor zijn ze vaker eenzaam en leven ze geïsoleerd van anderen. Bovendien gaat dat vaak van de hak op de tak. De formele denkstoornis wordt in verband gebracht met het verschijnsel dat mensen met schizofrenie grotere moeite hebben dan mensen zonder schizofrenie om binnenkomende informatie op een logische wijze te ordenen en dat hun capaciteit om dat te doen beperkter is.

Psychotische stoornissen Om schizofrenie te mogen vaststellen moeten de symptomen zes maanden onafgebroken aanwezig zijn. Dit is tevens het belangrijkste onderscheid met de schizofreniforme stoornis en de kortdurende psychotische stoornis.

Een ander verschil is dat bij schizofrenie de stoornis langzaam en sluipend kan ontstaan met bijvoorbeeld een prodromale periode. De neurologische ontwikkeling van schizofrenie In de aanloop naar de eerste psychose bij schizofrenie en het vervolg zijn meerdere periodes te onderscheiden. Deze periodes verschillen op een drietal aspecten: We onderscheiden de volgende periodes: Bij het ontstaan van schizofrenie speelt een erfelijke aanleg een grote rol, maar het is niet de enige factor.

Een daarvan is verstoring tijdens de zeer snelle ontwikkeling van de hersenen. Blootstelling aan het griepvirus bij de moeder en blootstelling aan toxoplasmose een parasiet die voorkomt in rauw vlees bij de moeder. Onderzoek laat zien dat een aantal teratogenen het risico op schizofrenie bij het kind wel is waar vergroot, maar uitsluitend als er een genetische aanleg voor de stoornis bestaat.

Een voorbeeld van een perinatale invloed is zuurstofgebrek. Schizofrenie kent al voorlopers tijdens de kindertijd, precusors genoemd, en vaak kent de fase voorafgaand aan de psychose, dit heet de prodromale fase, zogenoemde waarschuwingssignalen. Wat kinderen die later schizofrenie ontwikkelen wel enigszins onderscheidt van andere kinderen zijn de volgende problemen: Vanaf drie jaar tot ongeveer het midden van de basisschool blijkt externaliserend en agressief gedrag vaker voor te komen bij kinderen die later schizofrenie ontwikkelen.

Op oudere leeftijd is juist teruggetrokken internaliserend gedrag in lichte mate voorspellend voor het ontstaan van schizofrenie. Vermoed wordt dat kinderen die beide vormen kennen zowel externaliserend als internaliserend gedrag het grootste risico lopen. Concreet betekent dit dat als de zojuist genoemde kenmerken voorkomen bij kinderen van ouders of andere familieleden met schizofrenie, de voorspellende waarde groter is: Voor deze groep wordt tegenwoordig het begrip ultrahoog Risico UHR gebruikt.

Je zou kunnen zeggen dat wat tijdens de zwangerschap is gestart, tijdens de adolescentie wordt afgerond. Tijdens de adolescentie en jongvolwassenheid vindt een laatste grote rijping plaats van de hersenen.

Die van de prefrontale cortex, die met name de executieve functies als planning, motivatie en onderdrukken van responsen aanstuurt. Dit rijpingsproces gaat samen met een grote toename van geslachtshormonen, en deze twee ontwikkelingen beïnvloeden elkaar.

Daarnaast is het proces van myelinisatie verder gevorderd, waardoor zenuwcellen sneller kunnen werken, en worden overbodige zenuwcellen weggesnoeid, zodat de potentieel sterke cellen en verbindingen kunnen groeien dit wordt pruning genoemd.

Deze normale ontwikkeling van de prefrontale hersenen loopt spaak bij jongeren met kwetsbaarheid voor schizofrenie. Onder andere de pruning schiet te ver door: Bij mensen met schizofrenie blijkt het volume van de hersenen minder omvangrijk dan bij mensen zonder schizofrenie: Hoe minder grijze stof, hoe minder adequaat informatie wordt verwerkt. Een prodromale fase kan enkele maanden tot enkele jaren voor de psychose ontstaan, en meestal heeft de jongere dan last van een depressieve stemming en angstgevoelens.

Niet bij alle jongeren die een prodromale fase meemaken ontwikkelt zich een echte psychose. Sommige groeien eroverheen, en bij een aantal ontwikkelt zich een andere stoornis, zoals een stemmings of angststoornis.

Als de prodromale fase voorkomt bij jongeren die genetisch kwetsbaar zijn dan is de kans groter dat iemand schizofrenie ontwikkelt. Een van de vele inzichten die hersenonderzoek bij mensen met een psychose heeft opgeleverd, is dat er tijdens en in aanloop naar een psychose een hoge concentratie van dopamine een neurotransmitter, oftewel een stofje dat communicatie tussen neuronen stimuleert of remt is.

Dopamine wordt normaal gesproken aangemaakt als onze aandacht gericht moet worden op een nieuwe gebeurtenis of nieuwe prikkel. Het maakt ons als het ware alert op veranderingen in onze omgeving. Bij mensen met een psychose is die dopamineproductie echter zo ontregeld dat de concentratie veel te hoog is en ook niet, zoals bij normale mensen, wordt aangepast als iets nieuws al enige tijd zichtbaar is. Dit betekent dat zij extreem gevoelig blijven voor veranderingen en die ook met de nodige argwaan volgen.

Wel weten we dat te veel stress en middelengebruik kunnen leiden tot een verhoogde productie van dopamine. Hersenonderzoek heeft ook het inzicht opgeleverd dat vooral bij mensen met schizofrenie het hormoon oxytocine te weinig wordt geproduceerd.

Bij een aantal personen blijft de schizofrenie beperkt tot één psychotische episode: Maar voor de meeste mensen met schizofrenie is het verdere beloop chronisch en zeer invaliderend. Psychotische episodes kunnen terugkeren en ook als deze verdwijnen zijn de meeste mensen met schizofrenie afhankelijk van de zorg van anderen.

Normaal functioneren in de zin van een eigen huishouden onderhouden en een betaalde baan vervullen is slechts voor weinigen weggelegd. De ernst van de stoornis wordt ook duidelijk uit de levensverwachting: We zouden karaktertrekken kunnen beschouwen als het product van verborgen psychologische processen; de manier waarop onze motieven, emoties en cognities gewoonlijk in gedrag tot uiting komen.

Temperament is een psychologisch begrip dat verwijst naar dat gedeelte van de persoonlijkheid dat betrokken is bij emotionele eigenschappen en de snelheid en intensiteit van emotionele reacties.

Het temperament is datgene waarmee je geboren wordt. Karaktertrekken kun je beschouwen als een meerdimensionale structuur die op basis van het temperament rust, maar die zich later ontwikkelt en die sterk door ervaringen en door psychologische processen in de persoon wordt beïnvloedt. De grote vijf karaktertrekken: Er zijn vijf dominante persoonlijkheidsfactoren naar voren gekomen, de Big Five. Je ziet dat de persoonlijkheidsfactoren in deze theorie allemaal dimensies zijn, wat betekent dat deze karaktertrekken gedefinieerd worden als posities op een bepaald continuüm, met voor elke dimensie een aanzienlijk verschil tussen het ene uiterste en het andere.

Ten aanzien van de meeste van deze dimensies bevinden de meeste mensen zich ergens nabij het midden van het continuüm: In plaats van een oordeel te vellen over de kenmerken die we zouden moeten bezitten, kunnen we beter de kenmerken benutten die we hebben en op zoek gaan naar een omgeving die goed bij ons past.

Uit een onderzoek blijkt ook dat de Big Five bij kinderen ook op jongere leeftijd redelijk stabiel te zijn en te kloppen. Uit allerlei onderzoek blijkt dat persoonlijkheidsverschillen een effect hebben op het functioneren van kinderen, en ook op hun sociale omgeving, wat zichtbaar is in hun relatie met opvoeders en leeftijdsgenoten.

Karaktertrekken beoordelen met behulp van persoonlijkheidstests MMPI Geeft aan hoe hoog een individu scoort op tien belangrijke klinische trekken. Minnesota Multiphasic Personality Inventory.

NEO personality inventory is een schriftelijke test. Deze eenvoudige maat wordt gebruikt om de stabiliteit van de persoonlijkheid gedurende het hele leven te bestuderen evenals de relatie van persoonlijkheidskenmerken met lichamelijke gezondheid en met verschillende gebeurtenissen die bepalend zijn voor het verloop van iemands leven.

Als je daarentegen een instrument wilt hebben voor het meten van klinische kenmerken, ofwel psychische stoornissen is de MMPI-2 een goede keuze. De respondenten moeten aangeven in hoeverre elke uitspraak op hen van toepassing is. De score heeft een empirische basis. Ten eerste hebben ze een zeer hoge betrouwbaarheid. Ze zijn vrij van de invloed van toevallige factoren en consistente en stabiele scores opleveren. Uitbreiding Big Five Volgens de onderzoekers zijn er niet vijf maar zes persoonlijkheidsdimensies.

Evaluatie van theorieën over temperamenten en trekken De theorieën geven ons een momentopname van de persoonlijkheid. Sommige zeggen dat je de persoonlijkheid niet aan de hand van die maar enkele dimensies kan beschrijven. Aan de andere kant zijn we met theorieën over trekken tot op zekere hoogte in staat om gedrag in veelvoorkomende situaties, te voorspellen. Een laatste minpunt van theorieën over trekken is het probleem van de selffulfilling prophecy. Mensen die eenmaal het stempel van een bepaalde trek hebben gekregen, gaan zich daarna gedragen en worden daardoor belemmerd in hun pogingen om te veranderen.

Hoewel de drie invalshoeken die we in dit deel bespreken op bepaalde punten redelijk met elkaar overeenkomen, leggen ze elk de nadruk op een geheel eigen combinatie van factoren.

De psychodynamische persoonlijkheidstheorie, humanistische persoonlijkheidstheorie en de sociaal cognitieve theorie. Deze theorieën richten onze aandacht op motivatie met name op motieven vanuit het onbewuste en op de invloed van de vroege jeugd op onze geestelijke gezondheid.

Theorieën van dit type benadrukken het functioneren van het individu in het heden in plaats van de invloed van gebeurtenissen uit het verleden. Theorieën van dit type komen voort uit de experimentele psychologie. Zij richten zich daarbij op het gehele lichaam als bron van lust of plezier. Seksualiteit bij kinderen gaat over het ontdekken van het eigen lichaam en dat van de ander. Ook onderzoeken ze de gevoelens van spanning en lust die daarbij horen.

Hierdoor leren zij hiermee gaandeweg omgaan. De nieuwsgierigheid van jonge kinderen naar alles wat nieuw en spannend is, is de drijfveer voor hun verkenningstocht.

Dit proces noemen we de seksuele ontwikkeling. Sociale rollen, seksueel aangetrokken voelen. Deze drie dimensies samen omvatten het begrip seksualiteit in brede zin. Een seksuele identiteit Kinderen ontwikkelen tijdens hun seksuele ontwikkeling een seksuele identiteit. Dit betekent dat zij leren welke gevoelens zij hebben en hoe zij denken over seksualiteit. Daarnaast maken kinderen zich tijdens de seksuele ontwikkeling een seksueel script eigen.

Kinderen en seksualiteit in historisch perspectief Seksueel gedrag van kinderen is van alle tijden, komt in alle generaties voor en speelt in alle culturen een rol. Vooral de laatste eeuwen is er in de westerse wereld met enige ongerustheid gekeken naar kinderen en hun seksuele gedragingen. Kinderen en volwassenen sliepen bij elkaar naakt in één bed, kinderen zagen dat hun ouders seks hadden enz. Pas in de late Middeleeuwen veranderde het vanzelfsprekende karakter van seksualiteit langzaam.

Dit gebeurde vooral onder invloed van de kerk. In de zestiende eeuw, de tijd van de Renaissance, werd het kuisheidsideaal van de kerk steeds meer een norm voor de burgerlijke orde. Als gevolg van dit kuisheidsideaal ontstonden allerlei schuld en schaamtegevoelens over lichamelijkheid en seksualiteit. Een vrouw die van ontrouw werd beschuldigd, kon zonder pardon verbrand worden, terwijl de man geen blaam trof. De hypocrisie over seksualiteit geldt overigens ook in onze huidige tijd vaak nog.

In de zeventiende en achttiende eeuw nam het taboe op seksualiteit toe. Men zag kinderen steeds meer als onschuldige wezens, die ver weg gehouden moesten worden van alle wereldse zaken. Kinderen kregen vanaf dat moment in de geschiedenis zelfs een aparte kindstatus. Over seksualiteit en andere volwassen onderwerpen konden kinderen beter niets weten, dacht men.

Het ontstaan van een zogenaamd jeugdland was ook meteen het begin van een opvoedingscultus. Het kind werd een onschuldig wezen. De opkomst van de industrie en de trek naar de grote steden leidden tot allerlei structurele veranderingen in de samenleving. In de negentiende eeuw nam de algehele preutsheid toe. Daarnaast leidde de opkomst van wetenschappelijke kennis over de mens ertoe dat men seksualiteit opvatte als iets biologisch en hormonaals.

Het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten langzaamaan een aantal veranderingen. Sigmund Freud bracht aan het begin van de twintigste eeuw als eerste de psycho seksuele ontwikkeling van jonge kinderen in kaart. Hij stelde dat de mens een psychologische ontwikkeling had die onder andere berust op seksuele drijfveren.

De seksuele ontwikkeling stond volgens hem in het teken van het doorlopen van allerlei stadia, orale en anale fase. De belangrijkste ontwikkelingstaak in seksualiteit was volgens Freud dat het geweten in het reine kwam met innerlijke seksuele driften en de sociale normen vanuit de buitenwereld. Vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw ontstond meer aandacht voor een prettige beleving van seksualiteit, gekoppeld aan het huwelijksleven.

Alhoewel voortplanting het belangrijkste doel bleef, mocht seksualiteit ook bijdragen aan het huwelijksgeluk. Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw verandert de tijdgeest in de westerse wereld heel langzaam. Dit is onder meer te danken aan grootschalig onderzoek naar seksualiteit onder volwassenen door bioloog en seksuoloog Alfred Kinsey in de Verenigde Staten.

Kinsey ontdekte dat volwassenen masturbeerde, homo of biseksueel was en soms vreemdging binnen een vaste relatie. Ook ontdekte Kinsey per toeval dat heel jonge kinderen een orgasme konden krijgen als zij masturbeerden.

Dit zorgde voor veel ophef, toch komt ook de seksuele voorlichting aan jongeren langzaam op gang in deze periode. In de jaren zestig ontstaat er mede door de seksuele revolutie en de opkomst van het feminisme een wat vrijere seksuele moraal. Seksualiteit wordt vanaf de jaren negentig bovendien opgevat als een essentieel onderdeel van de algehele ontwikkeling van jonge kinderen.

Voorlichtings en opvoedingsadviezen Eeuwenlang ging de zorg om seksualiteit bij kinderen samen met het beteugelen van seksueel gedrag. Men vond dat kinderen nog geen seksuele wezens waren. Zij werden zo lang mogelijk ontwetend gehouden over seksualiteit. Men ging uit van de gedachte dat seks iets was voor in de adolescentie en het liefst pas na het huwelijk. Met seksuele voorlichting was men bovendien lange tijd voorzichtig. Zowel de voor als tegenstanders hadden vooral oog voor de gevaren van seksualiteit.

Vanaf veranderde langzaam de toon van de seksuele voorlichting. Voorlichten vanuit het idee van schuld en schaamtegevoelens werd steeds meer afgeraden, omdat het een prettige beleving van seksualiteit als volwassene in de weg kon staan.

Idealiter gaven ouders hun kind seksuele voorlichting op het moment dat zoon of dochter in de puberteit kwam. Momenteel is de seksuele voorlichting in Nederland redelijk goed te noemen. Seksuele gevoelens bij kinderen hebben altijd bestaan. Die dubbelzinnigheid is symptomatisch voor de aard van de man-vrouw liefde en de strijd der seksen, beschreven in de Metamorfosen.

Ook haar kan Zeus niet onmiddellijk overtuigen zich aan hem te geven. Om zijn doel te bereiken verandert hij zich in een zwaan en overweldigt haar. Beschaamd om wat er gebeurd is, heeft Leda dezelfde avond gemeenschap met haar man en na negen maanden krijgt zij vier kinderen, die echter uit een ei komen.

Kastor en Helena waren de kinderen van Zeus, Polydeukes en Klytaimnestra die van haar man. Het is geen toeval dat Ovidius hier voor een zwaan kiest, het is de enige vogelsoort die samen met eenden en ganzen een penis heeft. Ook de ranke hals van een zwaan kan met een beetje fantasie voor een penissymbool doorgaan. De Grieks-Romeinse mythologie bevat ook een aantal verhalen die spreken over de seksuele liefde van de mens jegens zijn andersvoetige soortgenoot.

Seksueel contact tussen mens en dier is een onbetwiste realiteit, in het heden en het verleden. Zelden levert het mooie kunst op, tenzij dan in de afbeeldingen van de hybriden die uit zulk contact voortspruiten. We zagen al dat Zeus zich bij Leda omtoverde tot een zwaan om haar te overweldigen. Er is ook het verhaal van Pasiphaë, de echtgenote van koning Minos van Kreta.

Haar man heeft de god Poseidon beledigd en die straft het echtpaar door bij Pasiphaë een grote seksuele begeerte op te wekken voor een mooie witte stier. Pasiphaë moest en zou de liefde consumeren met het machtige dier, zo sterk is haar drang.

Ze laat door de vooraanstaande uitvinder Daedalus een houten koe bouwen waarin zij zich verschuilt en de juiste positie aanneemt om zich te laten nemen door de stier..

Dit verhaal ging voor de meeste mensen werkelijk te ver, reden waarom het door de eeuwen heen amper op een expliciete wijze werd afgebeeld in de kunst. Een weinig verbloemende prent van de hand van de 17de-eeuwse uitgever en tekenaar Johann Ulrich Krauss [beeld] gaat naar het hart van de zaak en toont Pasiphaë net voor ze plaatsneemt in de houten koe, waar zij rug tegen rug, buik tegen buik en kruis in kruis even later haar wens in vervulling zal zien gaan.

Met veel plezier vertelt Ovidius dus zijn verhalen over de liefdesavonturen der goden, maar daarnaast wil hij ook niet nalaten goede liefdesraad aan gewone stervelingen te geven. Dat doet hij in zijn Ars Amatoria, een soort handboek voor seksuele voorlichting. Ars Amatoria De kunst van het liefhebben is een gedicht in drie volumes waarin Ovidius in een luchtige stijl net die zaken aansnijdt die mensen zo moeilijk onder woorden kunnen brengen. Hij laat Venus zeggen: Ovidius schrijft opmerkelijke passages over het gelijktijdige orgasme en over zijn afkeer van de herenliefde.

Meer dan iets anders is het een handleiding tot de hofmakerij van vrouwen en merkwaardig actueel - behalve dan misschien waar het de liefdesdrankjes betreft: Dat gaat van obscene graffiti op Romeinse muren tot de satirische gedichten van Juvenalis, Martialis, Catullus en Propertius, van de slaapkamerfarces van Plautus en Terentius tot de schelmenromans Satyricon en De Gouden Ezel, van de lofdichten op de penis Priapea via roddelrubrieken tot de hoerendialogen van Lucianus.

Bij de Grieken vallen vooral de komedies van Menander en Aristophanes bij het publiek in de smaak en is er het curiosum van De Milesische vertelling. Wie het schrift uitvindt, vindt blijkbaar meteen ook het obscene muurschrift uit. Als, zoals de vroeg 20ste-eeuwse Oostenrijkse architect Adolf Loos beweert, de cultuur van een land kan worden afgemeten aan de mate waarin de toiletten er besmeurd zijn met obscene graffiti, dan was het Oude Rome niet meteen de meest deugdzame plaats op aarde.

Een ontroostbare ziel heeft het volgende achtergelaten op een Romeinse muur:. Van de obscene muurschriften is het een kleine stap naar de soms erg cynische gedichten van Juvenalis, Martialis, Catullus en Propertius. Hekeldichter Juvenalis, die leefde tussen ca. In zijn bekende Zesde Satire — ook wel Tegen de vrouwen genoemd - schrijft hij over de slechte eigenschappen van de andere kunne: Eigenlijk is die zesde satire vooral een pamflet tegen het huwelijk.

De dichter raadt de mannen aan niet te trouwen: De meer lyrische Catullus voor Chr. Hoewel Catullus het, net zoals Juvenalis en Martialis, soms over de bittere nasleep van een relatie heeft, zijn zijn gedichten toch liefdevoller:.

Laten we leven, mijn Lesbia, en laten we liefhebben En alle geruchten van al te strenge oude mannen Allemaal één as waard achten. Zonnen kunnen ondergaan en opkomen; Wanneer voor ons eenmaal het korte licht is ondergegaan, Moeten we één eeuwige nacht slapen.

Geef mij duizend zoenen, daarna honderd, Dan duizend andere, dan weer honderd, Daarna onafgebroken nog eens duizend, daarna honderd. Dan, als we vele duizenden zoenen gegeven hebben, Zullen we die in de war brengen, opdat we het aantal niet weten, Of opdat geen kwade man ons met het boze oog zou kunnen aankijken, Doordat hij weet dat er zoveel zoenen zijn.

Maar allen gaan ze ervoor, voor de liefde, en Propertius voor Chr. Bij zowel de Grieken als de Romeinen is het theater de voornaamste bron van fictie, film bestaat immers nog niet en ook op de eerste echte romans is het nog even wachten. Het spreekt voor zich dat het niet enkel tragedie is wat de Ouden kunnen smaken, er mag ook al eens gelachen worden. Een groot aantal onbetamelijke stukken voldoet aan die behoefte. De voorloper van de Romeinse komedieschrijvers is de Griek Menander voor Chr.

De liefde met al haar verwikkelingen is zowat het enige onderwerp in de stukken. Een eeuw later introduceert de Romein Plautus voor Chr. Kortom, alle vrouwen zijn hoeren, alle mannen dom. Hij zet heel wat Griekse komedies, onder meer van Menander, om naar een Romeins decor en doet dat in een sprankelend Latijn. De farces van Terentius ca. Theater in Griekenland ontstaat als een feest ter ere van de god Dionysos Bacchus bij de Romeinen , de god van de wijn en de vruchtbaarheid, van de extase en van het goede leven.

De voornaamste gezellen van Dionysos zijn saters en nimfen, de twee archetypes van de wellust. Naar de sater is zelfs een toneelgenre vernoemd, het saterspel. Na drie tragedies wordt telkens een saterspel opgevoerd. Dit bestaat hoofdzakelijk uit boertigheden met een geil en uitgelaten, lui en beneveld karakter.

Men moet zich voorstellen hoe acteurs met gigantische voorgebonden penissen als halve gekken het podium opstormen, waarbij verleidelijke nimfen gillend uiteenstuiven. De zonet beschreven boertigheden worden qua niveau ruimschoots overstegen door de Atheense toneelschrijver Aristophanes voor Chr. Dat heeft een veelzeggende seksuele plot. Lysistrate gaat over een aantal Atheense dames die naar het wapen van de seksstaking grijpen om hun mannen ertoe te dwingen eindelijk de wapens neer te leggen.

De vrouwen wijken niet vooraleer er eindelijk vrede heerst tussen de Griekse stadsstaten. En dan, als ze hijgen van verlangen, als we dan niet toegeven, zullen ze maar al te snel instemmen met een wapenstilstand.

Gedaan dus met de benen in de lucht! We zijn al een paar eeuwen later en rusten doet de penis ondertussen allesbehalve. Hij wordt maar al te gretig bezongen in de 95 obscene epigrammen van de Priapea. De auteur en de oorsprong van deze gedichten zijn vrij onduidelijk, maar we weten wel dat ze integraal gewijd zijn aan de vruchtbaarheidsgod Priapus en diens belangrijkste ornament.

Je ziet, ik ben een houten Priapus, mijn sikkel van hout en mijn penis van hout, maar toch zal ik je in de houdgreep nemen en dit hier helemaal - ongelogen - in al zijn grootte, strakker gespannen dan een katapult of citersnaar, bij jou tot aan je zevende rib naar binnen duwen. Er wordt ook heel wat geroddeld in het Romeinse Rijk. Er is ook heel wat om over te roddelen.

Er zijn de exploten van de gestoorde keizers Caligula, Nero, Domitianus, Commodus en Elagabalus, die met hun ontucht, uitspattingen, kwaadaardigheden en perversiteiten het einde van het keizerrijk inluiden.

Maar het zijn vooral de vrouwen Cleopatra en Messalina die de gemoederen verhitten. Cleopatra zou zich een weg naar boven gewipt hebben in de bedden van heel wat invloedrijke mannen. En van Messalina wordt gezegd dat ze zo geil en onverzadigbaar is dat ze een kamertje heeft in een bordeel waar ze zich onder de schuilnaam Lycisca aan volslagen vreemden geeft.

Na 24 uur geeft Scylla het op en Messalina wint uiteindelijk met een score van 25 mannen. Het huidige record staat sinds op mannen in een dag, op naam van een Amerikaanse pornoster.

Plinius de Oudere ca. Zijn type komt nog vaker aan bod in dit boek. In de oudheid kiemt de traditie van de zogenaamde hoerendialoog, iets wat later zal uitgroeien tot een heus literair genre.

De hoerendialoog is een mengeling van seksuele opvoeding, medische folklore en erotische literatuur, en neemt meestal de vorm aan van een ervaren oudere vrouw die de geheimen van de fysieke liefde uit de doeken doet aan een jonger meisje. Er zijn op dat moment geen vrouwen die zich op het terrein van de erotiek wagen. Er zijn zelfs amper schrijvende vrouwen, de Griekse dichteres Sappho uit de 7de eeuw voor Christus niet te na gesproken.

Het zijn dus mannelijke auteurs die de hoerendialogen schrijven. Zij bedienen zich van vrouwelijke personae, van tempelhoeren tot overjaarse straatmadelieven, van jonge ingénues die als wees in een bordeel terechtkomen tot succesvolle madames. Waarom was de hoer zo populair en waarom zou haar stem doorheen de geschiedenis van de erotische literatuur zo veelvuldig en helder klinken?

Het antwoord is eenvoudig. Als geen ander begrijpt zij de mannelijke psyche, zij die met zoveel van hun soort geslapen heeft. Alle mannen beginnen hun leven als minuscule vlekjes weefsel in de baarmoeder van een vrouw.

Iedere jongen moet zich zo goed en zo kwaad als het kan van de moedergodin losmaken. Dat lukt nooit helemaal, want de vrouw bezit wat elke man zoekt: Lucianus van Samosata ca. Het bekendste gesprek hieruit is dat tussen de jonge Corinna en haar moeder Crobyle:. Je hebt je eerste nacht met een man doorgebracht. Je hebt je eerste geschenk verdiend, wel liefst drachmen.

Met dat geld koop ik je een halsketting. Er volgen nog een heleboel raadgevingen, over hoe ze zich vanaf nu moet kleden, hoe ze zich moet gedragen en ook dat ze niet enkel jonge mannen moet aantrekken, maar ook oudere. Ze zijn misschien niet zo mooi en viriel, maar ze betalen wel beter. Hier wordt natuurlijk een heel cynisch beeld van de vrouw geschetst, maar dat is de Grieken niet vreemd. Er is een duidelijke vrouwonvriendelijke traditie in de Griekse literatuur. Zo schrijft Hipponax in de 6de eeuw voor Christus over de vrouw al het volgende: De echte roman zoals wij hem kennen, heeft zich in de klassieke oudheid nog niet aangediend.

Voorlopers zijn er wel onder de vorm van raamvertellingen en die zijn alle gerust liederlijk te noemen. De schelmenroman Satyricon van Petronius 1ste eeuw na Chr. De enige volledig bewaard gebleven roman is De gouden ezel van Lucius Apuleius ca.

Thematisch leunt dit laatste werk dicht aan bij de schelmenroman die opgang zal maken in de 16de en 17de eeuw. Pikante passages met een seksuele ondertoon vindt men er in overvloed. De gouden ezel officieel heet het werk Metamorphoses is een fantasierijk en humoristisch verhaal over de avonturen van een zekere Lucius die met magie experimenteert en per ongeluk in een ezel verandert, zonder zijn menselijke verstand te verliezen.

In deze ongewilde vermomming hoort en ziet hij heel wat ongewone zaken. Binnen deze raamvertelling krijgen we verschillende kortere verhalen, waarvan het langste en het bekendste dat over Amor en Psyche is.

Vooraleer Lucius in een ezel verandert, maakt hij een en ander mee als mens. In een van de eerste vertellingen wordt zijn reisgezel vermoord door heksen. De heksen twijfelen of ze Lucius zullen laten leven; hij is immers een gevaarlijke ooggetuige.

Ze sparen hem, maar ze plassen hem wel helemaal onder: Gelukkig vergaat het onze held iets beter verderop in het boek, waar hij op zeer aangename wijze een meid van dichtbij leert kennen. Dat levert een van de vroegste passages uit de wereldliteratuur op waarin het liefdesspel op realistische wijze en met expliciete bewoordingen beschreven wordt. Ze klom op het bed en liet zich beetje bij beetje op me neerzakken, haar ruggengraat golfde van de snelle stoten en geile bewegingen en met haar wellustige geschommel deed ze me heerlijk klaarkomen.

Zoals Odysseus over zee moet zwerven door de wrok van Poseidon, zo wordt dit drietal voortgestuwd door de grillen van de vruchtbaarheidsgod Priapus. Onder de uitvoerige fragmenten die ervan bewaard bleven, neemt De maaltijd van Trimalchio in het Latijn Cena Trimalchionis de belangrijkste plaats in, door de rake typering van de rijke parvenu Trimalchio en diens vriendenkring. Een ander fragment, De weduwe van Ephesus illustreert de prozaïsche en vergankelijke aard van de menselijke liefde.

Een zeer vrome weduwe besluit bij het graf van haar man te rouwen met de bedoeling er te blijven tot ze sterft van de honger. Ietsje verderop bewaakt een niet onknappe en erg aardige soldaat een aantal gekruisigde rovers. De weduwe en de soldaat raken aan de praat en zij vindt hem ondanks haar verdriet steeds leuker.

Uiteindelijk bezwijkt ze voor zijn charmes. Maar hun geluk wordt plots verstoord. Terwijl ze aan het vrijen zijn op het graf van haar overleden echtgenoot, wordt een van de gekruisigde lijken gestolen.

De bewaker riskeert een zware straf, maar de weduwe heeft een plan. Ze besluit wijselijk het lijk van haar man af te staan om het de plaats laten in te nemen van de gekruisigde. Dat de vertelkunst uit het Oosten stamt, het Verre en het Nabije Oosten, wordt door niemand meer tegengesproken. Het oerverhaal van de Oriënt zijn ongetwijfeld De vertellingen van Duizend-en-een-nacht, maar dat De nachten, zoals het werk ook kort genoemd wordt, in wezen een bundel zeer erotische verhalen is, wordt zelden naar waarde geschat.

Toegegeven, de populairste verhalen, Aladin en de wonderlamp, Sinbad de zeeman en Ali Baba en de veertig rovers zijn eerder avontuurlijk dan seksueel.

Vroeger echter was de erotische reputatie van De Nachten zo verbreid dat de vertelingen eerder met broeierige nachten, donkere prinsen, eunuchen, harems en blanke slavinnen geassocieerd werden dan met vliegende tapijten, wonderlampen en verre zeereizen. In het Westen leeft het idee dat de minnekunst in het Oosten veel verfijnder is dan bij ons. Of dit werkelijk zo is, valt niet met zekerheid te zeggen.

Immers, wat is verfijnd en hoe kunnen we in de slaapkamers kijken van de talloze koppels die elke nacht in het Oosten de liefde bedrijven? Doen ze het net zoals wij of gaat het er ginds allemaal wat meer tantristisch aan toe? Moeilijk te bevestigen, moeilijk tegen te spreken. Het beeld van die veronderstelde oosterse seksuele verfijning danken we aan de Kamasoetra, een werk dat in de 3de eeuw in India geschreven werd in het Sanskriet en dat gelijkenissen vertoont met de eerder vermelde Ars Amatoria van Ovidius, maar dat veel ruimer verspreid is.

De Kamasoetra behandelt tot in de kleinste details alle denkbare onderwerpen op het gebied van de erotiek en leert de man om zijn vrouw te behagen en zo haar liefde te winnen. De veertig hoofdstukken van de Kamasoetra beslaan zeven delen. Ze hebben het over liefde in het algemeen en over de plaats ervan in het leven, over de indeling in soorten vrouwen, over de seksuele eenwording, over diverse seksuele technieken en standjes, over hofmakerij en huwelijk, over de echtgenote en de vrouwen van anderen, over prostituees en ten slotte over hoe jezelf aantrekkelijk te maken.

Voor de 21ste-eeuwse mens staat de Kamasoetra gelijk aan allerlei originele en vaak ingewikkelde standjes. Het is pas legaal verkrijgbaar sinds de jaren zestig van de vorige eeuw.

Hét erotische meesterwerk uit het Oosten is zijn De Vertellingen van Duizend-en-een-nacht. Nergens in de oudheid vindt men lyrische passages zoals deze over bolle borsten en zwellende pudenda:. Ze had dijen als alabasteren pilaren, en ertussen prijkte een geheime plaats, een kussen van muskus, dat zwelt en bonst en gretig nat is.

In De Nachten is erotiek een kwestie van leven en dood. De Nachten is een raamvertelling. De premisse van het kaderverhaal is op zich seksueel en gaat over de liefdesrelatie tussen koning Sjahriaar en de jonge maagd Sheherazade. Een liefdesrelatie die erg bizar begint. Op een dag ontdekt de koning dat zijn vrouw hem ontrouw is. Zijn grootvizier bezorgt hem deze jongedames, maar na een tijd raakt de aanvoer uitgeput.

Scheherazade, de maagdelijke dochter van de grootvizier, biedt dan zichzelf aan als volgende bruid en haar vader aanvaardt dat aanbod schoorvoetend. Om aan de executie te ontkomen vertelt Sheherazade de koning tijdens de huwelijksnacht een verhaal, maar ze stopt abrupt, net voor de ontknoping.

Ze belooft hem het vervolg de volgende nacht te vertellen. Er zit voor de nieuwsgierige koning dus niets anders op dan haar leven voorlopig te sparen. De volgende nacht vertelt ze hem het vervolg, en tegelijk begint ze die avond ook een nieuw verhaal. Ook dat breekt ze weer af net voor de finale.

De koning gunt haar dus noodgedwongen nog een nacht. Dit houdt Scheherazade duizend-en-een nachten vol, waarbij elke nacht wordt afgesloten met een voorproefje van een nieuw verhaal. Ondertussen schenkt zij hem drie zonen. Wanneer de verhalen uiteindelijk ten einde zijn, is de koning oprecht van haar gaan houden, hij schenkt haar gratie en ze mag zijn definitieve vrouw worden.

Er bestaat geen beter verhaal om het levensbelang, letterlijk zelfs, van fictie te illustreren. Mocht Scheherazades vertelkunst tekortgeschoten zijn, dan had zij reeds na één nacht het leven gelaten. Maar het tegendeel gebeurt, nacht na nacht hangt de koning aan haar lippen. Haar zoete stem en spannende verhalen toveren de verbitterde en wraakzuchtige koning om tot een liefhebbende echtgenoot. De erotisch getinte verhalen van Duizend-en-een-nacht veroverden het hele Middellandse Zeegebied, de bakermat van onze westerse beschaving.

Het archetype van de oudere, wat simpele en vaak impotente echtgenoot en zijn jonge, aantrekkelijke, slimme en manipulatieve echtgenote, dat als een rode draad doorheen de middeleeuwse verhalencultuur zal lopen, vertoont zich hier voor het eerst.

Sprekend is het verhaal De onnozele echtgenoot, over precies zo een vrouw die haar schlemiel van een echtgenoot openlijk bedriegt en hem wijsmaakt dat hij schimmen ziet:. Telkens als de echtgenoot afwezig was, kwam de minnaar bij haar en zo ging het al geruime tijd.

Op een dag zei hij tot haar: Nu, zij hield van hem met buitengewone hartstocht en ze kon het vooruitzicht van hem gescheiden te zijn niet lijden en zei: Hij zette daar een tent op naast een grote boom. Niet ver daar vandaan had haar minnaar zich verborgen.

Toen zei ze tot haar man: Als dat je manier van doen is als ik erbij ben, wat moet dat dan niet zijn als ik er niet ben? Maar wacht, ik kom ook boven kijken. Toen de echtgenoot bij de kruin van de boom kwam, keek hij naar beneden en zag dat een man zijn vrouw aan het neuken was.

Maar ondertussen was de minnaar naar zijn schuilplaats teruggekeerd en de vrouw vroeg haar man: Je zag niets, je verbeeldt het je. Ze herhaalden het experiment een keer of drie, vier en telkens als de man de boom beklom, glipte de minnaar uit zijn schuilplaats en beklom de listige echtgenote, terwijl haar man erop toekeek, maar ze bleef volhouden: Toen riep hij haar toe: In een andere pikante passage van De nachten is de sultan van Samarkand en broer van koning Sjahriaar ongewild getuige van een orgie van zijn schoonzuster en haar bediendes:.

De figuren liepen langs een traliewerk en gingen de tuin binnen tot ze bij een spuitende fontein te midden van een grote poel kwamen. Daar kleedden ze zich uit en ziedaar, het ging niet om twintig slavinnen, maar tien waren vrouwen, concubines van de koning, en de anderen waren blanke slaven.

Twee aan twee liepen ze weg, maar de koningin, die nu alleen achterbleef riep met luide stem: Zijn gelaat toonde het wit van zijn rollende ogen, een afgrijselijk gezicht. Stoutmoedig liep hij naar haar toe en legde zijn armen rond haar nek, terwijl zij zijn omhelzing even vurig beantwoordde. Toen kuste hij haar, en zijn benen rond de hare kronkelend nam hij haar met gretige teugen.

De andere slaven deden hetzelfde met de meisjes tot allen hun driften hadden kunnen bevredigen, en ze stopten niet met kussen en klemmen, copuleren en brassen tot de dag door de valavond verdreven werd, tot de slaven zich losmaakten van de boezems van de slavinnen, en de zwarte slaaf van de koningin afsteeg Vooral een voetnoot bij deze passage, van de hand van de 19de-eeuwse Engelse oriëntalist en vertaler van de Duizend-en-een-nacht Richard Francis Burton, is bijzonder vermakelijk:.

Ik mat een man in Somaliland die, in slappe toestand, een lengte had van vijftien centimeter. Dit is eigen aan het negerras en aan Afrikaanse dieren zoals het paard, hoewel de pure Arabier onder het gemiddelde van de Europeaan zit; een van de beste bewijzen in feite dat de Egyptenaar geen Aziaat is, maar een deels witgewassen neger. Bovendien, deze indrukwekkende delen groeien niet proportioneel bij een erectie.

Bijgevolg duurt de daad bij hen veel langer, wat bijdraagt tot een groter genot bij de vrouw. In mijn tijd wou geen enkele eerlijke Hindi Moslem zijn vrouwvolk naar Zanzibar meenemen vanwege de reusachtige attracties en ontzaglijke aanlokkelijkheden die zij daar aangeboden kregen. Ali met het grote lid is een verhaal over een knecht die aanhoudend vernederd wordt door zijn meesteres.

Maar zelfs in die tijd besefte men dat de voordelen van een grote penis toch relatief zijn. Sommige van de verhalen in Duizend-en-een-nacht zijn ouder dan de christelijke jaartelling, andere zijn recenter, voor zover men dat met zekerheid kan zeggen. Hun invloed voelt men in de populaire Europese ridderroman Floris ende Blancefloer, waarin sultans en blanke slavinnen figureren en waar bizarre plotwendingen als een liefdesdood en maagdelijkheidstesten rechtstreeks naar de verhalen uit De Nachten verwijzen, al zouden ze evengoed uit een hedendaagse Zuid-Amerikaanse soap van bedenkelijke kwaliteit kunnen komen.

Blancefloer, een blank en diepchristelijk meisje, dat op pelgrimstocht naar Santiago de Compostella gekidnapt werd, groeit op als hofdame bij een islamitische koning in Spanje.

Er groeit een hechte vriendschap met de zoon van de koning, Floris. Wanneer de koning en de koningin ontdekken dat die vriendschap in liefde is overgegaan, besluiten ze in te grijpen. Ze bedenken een list om de verboden liefde tussen de moslim Floris en de christen Blancefloer te dwarsbomen.

Hij wordt door zijn ouders naar het buitenland gestuurd om te gaan studeren. Ondertussen verkopen ze Blancefloer als blanke slavin aan rondreizende kooplieden. Een namaakgraf moet Floris ervan overtuigen dat Blancefloer dood is. Als Floris na zijn terugkeer te weten komt dat zijn geliefde Blancefloer gestorven is, wil hij zelfmoord plegen, zo groot is zijn verdriet.

Daarop besluiten zijn ouders om hem de waarheid te vertellen en de jongen gaat op zoek naar zijn geliefde. Ieder jaar kiest de emir een van die vrouwen tot zijn nieuwe echtgenote en laat hij de vorige doden. Floris komt te weten dat zijn Blancefloer de nieuwe uitverkorene van de emir is.

De vrouwentoren waarin Blancefloer verblijft, wordt zwaar bewaakt, maar de waard van de herberg waar Floris logeert, vertelt hem over het zwakke punt van de torenwachter: Floris nodigt de torenwachter uit voor enkele spelletjes schaak, die hij allemaal met opzet verliest, zodat hij de man heel wat geld moet betalen. Floris wint wel het laatste spel. Als wederdienst belooft de torenwachter hem eeuwige trouw en van die belofte maakt Floris meteen listig gebruik.

De wachter smokkelt Floris naar binnen in de toren in een mand met bloemen. De twee geliefden worden herenigd, maar wanneer de emir hen samen in bed betrapt, wil hij hen aan het zwaard rijgen.

Tijdens de openbare rechtszitting die hierop volgt raken alle aanwezigen zo ontroerd door de sterke liefde tussen Floris en Blancefloer dat de emir het jonge paar uiteindelijk vergeeft.

Ze trouwen en op hun bruiloftsfeest verneemt Floris dat zijn ouders ondertussen overleden zijn. Daarop keren de geliefden samen terug naar Spanje, waar Floris zijn vader opvolgt als koning en hij zich samen met zijn onderdanen laat dopen tot vrome christenmensen. Blancefloer schenkt hem een dochter met een misvormde voet.

We bevinden ons in de middeleeuwen, die enigszins onterecht bekend staan als donkere tijden. Technologisch is er veel vooruitgang geboekt, maar kunst en literatuur blijven gereserveerd voor de elite. De grootste invloed op onze seksuele zeden komt van het christendom. Het joods-christelijke geloof is vanaf de 4de eeuw de officiële staatsgodsdienst van de Romeinen geworden en wint gestaag aan populariteit. Het joods-christelijke wereldbeeld introduceert drie nieuwe concepten in de seksualiteit.

Ten eerste is er het idee dat het huwelijk exclusief en onlosmakelijk is, waardoor mannen het recht verliezen willekeurig van hun echtgenote te scheiden. Ten tweede is er het begrip van de erfzonde, het gevolg van de zondeval.

In het Bijbelboek Genesis zijn Adam en Eva de eerste mensen in de paradijselijke tuin van Eden, maar God heeft hun verboden van de appels van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Op aanraden van een slang — symbool voor Satan — eten zij toch van die verboden vrucht.

Hierdoor verwerven ze kennis van goed en kwaad en ze worden uit het paradijs verjaagd. Aangezien Eva als eerste voor de verleidelijke woorden van de slang gevallen is, krijgt zij er de schuld van dat de gehele mensheid voortaan sterfelijk is en behept met een zondige natuur.

Een direct gevolg is dat de twee paradijsbewoners zich plots schamen voor hun naaktheid die ze met een vijgenblad proberen te bedekken. Ten derde ontstaat de notie van maagdelijkheid als een moreel ideaal, waardoor echtelijke seksualiteit als een soort toegeving wordt gezien aan de inherente vleselijke zwakte van de mens die — helaas — noodzakelijk is voor de voortplanting.

Dat heeft ook zijn voordelen. De zo lang mogelijk volgehouden maagdelijkheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk zorgen op zich voor een stabielere samenleving, met kinderen die weten waar ze vandaan komen en generaties van families die aan langetermijnprojecten kunnen werken. En dus bevalt Maria als maagd van Jezus, is het vlees zwak en dient het gekastijd te worden, en geldt het celibaat als hoogste ideaal.

Die demonisering van de seksualiteit kan tegelijkertijd als de specifieke verdienste van het christendom beschouwd worden. Ze geeft aan de seksualiteit het aura van de verboden vrucht, en gewone seks wordt exquise erotiek. Wees gerust, er valt in de middeleeuwen op erotisch vlak toch een en ander te beleven, al moet men dan wel het vel van de officiële geschiedschrijving wegschrapen.

De middeleeuwse kunsten staan volledig in het teken van de nieuwe christelijke moraal, schilders werken in opdracht van de Kerk. Het schrift staat gelijk aan dé Schrift. En die wordt zorgvuldig doorgegeven dankzij het geduld en het vakmanschap van geletterde geestelijke kopiisten, monniken die in het klooster manuscripten — letterlijk: Het kopiëren van een boek kan jaren in beslag nemen.

Om meerdere kopiën tegelijk te maken, leest iemand het origineel voor aan een zaal van kopiisten die de letters met in inkt gedoopte veren in het papier krassen. Hoewel ze zelf geen geestelijken zijn, behoren zowel de Toscaan Giovanni Boccaccio als de Londenaar Geoffrey Chaucer ca. Geboren in koopmansfamilies, gaan ze studeren en worden bureaucraten, maar hun grote passie is schrijven en dichten.

Boccaccio voltooit in de Decamerone en Chaucer werkt in de laatste jaren van zijn leven onverdroten aan The Canterbury Tales, twee als een raamvertelling opgevatte verzamelingen van verhalen die tot het kruim van de westerse literatuur gerekend worden. In feite zijn de Decamerone en The Canterbury Tales op dezelfde leest geschoeid als het Arabische Duizend-en-een-nacht. Verder moeten we opmerken dat de erotiek in deze twee collecties van verhalen een aanhoudende ondertoon is, als een lichte jeuk op de huid bij het te lang in het koren stoeien in de zomer, een ondertoon echter die nooit helemaal de oppervlakte bereikt, zoals dat wel het geval was bij de Grieken en Romeinen.

Il Decamerone is een raamvertelling van de 14de-eeuwse Italiaanse schrijver Giovanni Boccaccio. De bundeling bevat honderd verhalen die tien gasten op een landgoed buiten Florence elkaar tijdens de Zwarte Dood van vertellen. De gasten zijn zeven jonge vrouwen en drie jonge mannen.

Het kaderverhaal puilt uit van de symbolische en allegorische verwijzingen. De zeven jonge vrouwen vertegenwoordigen de vier kardinale deugden — voorzichtigheid, rechtvaardigheid, matigheid en standvastigheid — en de drie religieuze deugden — geloof, hoop en liefde.

De mannen zouden staan voor de Griekse driedeling van de menselijke ziel: Elke dag is een van de tien personen de leider van het gezelschap en bepaalt daarmee ook het onderwerp van de verhalen van die dag.

De thema's lopen uiteen van 'verhalen over tegenslag die toch een goede afloop hebben' tot 'verhalen over hoe vrouwen hun man weten te bedriegen'. Elke verteldag begint met een korte inleiding op het thema en eindigt met een afsluiting. De thema's zijn veelal ontleend aan oudere Italiaanse, Franse en Latijnse bronnen. In de loop van de geschiedenis botst het werk op de nodige tegenstand.

Zo wordt het in door de boeteprediker Girolamo Savonarola verbrand omdat het onzedelijk zou zijn. Ook de Kerk is niet altijd blij met het boek, niet alleen vanwege de seksuele vrijmoedigheid, maar vooral om de manier waarop de geestelijken worden geportretteerd. Het boek krijgt daardoor bewerkte en gekuiste versies. Tot in de 20ste eeuw zal de Decamerone met dit soort tegenstand te kampen hebben, wat flink bijdraagt tot de populariteit van het werk.

Een verhaal dat de gekuiste versie van de Decamerone niet haalt, is het opmerkelijk vrijmoedige Alibech en Rusticus [beeld]. Alibech is een vrouwelijke aspirant-kluizenaar die in de leer gaat bij Rusticus, een oudere ervaren asceet. Vrijwel onmiddellijk nadat Alibech bij hem in de leer komt, legt Rusticus haar uit wat ze moet doen. Hij kleedt zich uit, zij doet hem na en spoedig staan ze poedelnaakt oog in oog. Je zal er God mee dienen. Omdat het de eerste keer is, doet het in het begin een beetje pijn, maar de jonge deerne krijgt al gauw de smaak pakken en moet wel zes keer de poort naar haar hellegat openen om de duivel zijn hoofd te laten hangen.

Geen gebrek aan erotiek in deze laat-middeleeuwse Decamerone dus. Het fundament van dit soort literatuur is natuurlijk het cliché, de personages zijn eendimensionaal en de psychologie is die van een kind.

Zo is Alibech een schoolvoorbeeld van de ingénue, het onbedorven naïeve meisje. Deze bijna infantiele psychologie en dit kinderlijke magisch denken beheersen de middeleeuwen op alle vlak. De psychologische karakterschetsen staan in de westerse literatuur nog volledig in hun kinderschoenen.

Maar het uitbeelden van alle denkbare menselijke hartstochten, gebreken en dwaasheden zijn nieuw en kondigen de renaissance aan. Men noemt de Decamerone dan ook wel eens de menselijke komedie die men plaatst tegenover de La divina commedia, de goddelijke komedie van Dante Alighieri. Dat sommige passages moeilijk verteerbaar zijn voor de censor, kunnen we afleiden uit het feit dat John Payne, de 19de-eeuwse vertaler die zich als een van de eersten aan een vertaling van dit verhaal waagt, de seksuele ontwaking van Alibech onvertaald laat.

Hij excuseert zich met deze woorden: Zij vonden het daarom noodzakelijk verschillende fragmenten in het origineel Italiaans in te voegen. We vinden in de Decamerone dezelfde vrouwonvriendelijke teneur die zo nadrukkelijk aanwezig was bij de Grieken. In tegenstelling tot vandaag wordt de vrouw in de middeleeuwen als losbandiger beschouwd dan de man. Vandaag wordt van mannen gezegd dat ze hun pik achterna lopen, maar in de middeleeuwen is de vrouw het zwakke geslacht, zwak vanwege hun onvermogen om te weerstaan aan de wereldse verlokkingen.

De Decamerone staat dus bol van de schampere opmerkingen over vrouwen. Bovendien is er een nawoord waarin dames uitdrukkelijk wordt aangeraden geen verhalen te lezen die hun zouden kunnen mishagen. En toch is de Decamerone vooral tot de vrouw gericht. Niet weinig passages beginnen met de aanspreking: The Canterbury Tales is een bundeling verhalen die in de 14de eeuw worden geboekstaafd door Geoffrey Chaucer.

Ze worden gekaderd binnen een raamvertelling waarin een groep pelgrims samen op reis gaat en waarbij elke pelgrim onderweg, om de tijd te doden en ter lering en vermaak, vier verhalen vertelt. De thema's lopen sterk uiteen en behandelen zaken als liefde, verraad, gierigheid en overspel.

De groep vertellers, die tot in detail beschreven wordt, bestaat uit personen uit alle lagen van de bevolking: Net zoals in de Decamerone proberen de vertellers met hun reis te ontkomen aan de Zwarte Dood.

Net zoals de Decamerone eindigen The Canterbury Tales met een verontschuldiging jegens de vrouwelijke lezers. Bovendien heeft een vierde van de verhalen in The Canterbury Tales een analoog verhaal in de veertig jaar eerder gepubliceerde Decamerone. De notie van copyright bestond in die tijd duidelijk nog niet.

Verhalen behoorden iedereen toe en ze reisden via de Zijderoute praktisch de hele wereld rond. Een dronken molenaar vertelt een overspelverhaal over de jonge molenaarsleerling Nicholas, die de jonge vrouw Alison van zijn oude baas John in zijn bed wil lokken.

Om daarin te lukken moeten de twee John eerst het huis uit krijgen. Ze maken hem wijs dat er een zondvloed op komst is. De ouwe besluit om in een ton te overnachten die aan het dak van de molen hangt. Nu kunnen de twee ongestoord hun lusten botvieren. Absolon, een man uit het dorp, zit echter ook achter Alison aan, en hij heeft gehoord dat John niet in de buurt is.

Hij knielt bij het raam van Alison en vraagt om een zoen, waarna Alison in het donker haar achterwerk naar buiten steekt en het door Absolon laat kussen. Kwaad om deze vernedering keert hij terug met een gloeiend ijzer uit een smidse en vraagt weer om een zoen. Deze keer steekt Nicholas zijn achterste naar buiten, waarna Absolon het hete ijzer tussen diens billen steekt.

Nicholas schreeuwt luidkeels om water, waardoor John wakker wordt. Die denkt dat de zondvloed eraan komt, snijdt de touwen door en valt naar beneden. Het dorp loopt uit en vindt John gewond op de grond. Hij legt uit wat er gebeurd is en wordt de risee van het dorp. Alweer een verhaal van een oude man met een hitsige en listige echtgenote. In het verhaal van de niet nader genoemde vrouw van Bath toont Chaucer zich op zijn vrouwvriendelijkst en wijst hij de mannen de weg.

De vertelster kent de mannelijke soort door en door. Ze is al vijfmaal getrouwd, toch wel erg ongebruikelijk in die tijd. Ook op deze reis is ze eigenlijk op zoek naar haar zesde man, die waarschijnlijk de meereizende klerk zal worden. Het verhaal begint met een ridder die een vrouw verkracht.

Het antwoord op deze vraag is moeilijk te achterhalen en ten einde raad vraagt hij een heks om hulp. Deze wil het antwoord wel geven, maar voor wat hoort wat. Het antwoord blijkt te zijn dat vrouwen de baas over hun man willen zijn. Als wederdienst voor deze kostbare informatie eist de heks dat hij met haar trouwt en hij stemt toe. In het huwelijksbed stelt ze hem voor de keus: De ridder laat haar — zijn pas geleerde les indachtig — zelf kiezen en zij, blij met de macht over haar man, besluit mooi én trouw te zijn.

En ze leven nog lang en gelukkig. De klerk, op wie de vrouw van Bath een oogje heeft laten vallen, vertelt ons een verhaal dat opmerkelijk is door zijn verpletterende geestelijke wreedheid jegens de vrouw. Zijn verhaal gaat over Walter, de markies van Saluzzo, een vrijgezel die door zijn onderdanen verzocht wordt te trouwen om voor een erfgenaam te zorgen. Hij besluit een boerendochter te huwen, Griselda, een arm meisje, gewend aan een hard leven van pijn en labeur.

Nadat Griselda hem een dochter geschonken heeft, besluit Walter om haar huwelijkstrouw te testen. Hij beveelt een officier haar baby weg te nemen, het kind zogezegd te vermoorden maar het in werkelijkheid stiekem elders onder te brengen. Griselda ondergaat dit alles zonder tegenstand.

Als zij haar man enkele jaren later nog een zoon baart, herhaalt Walter zijn wrede ritueel. Na vele jaren, die Griselda in eenzaamheid zonder haar kinderen heeft moeten doorbrengen, bedenkt Walter de ultieme test. Hij vervalst een pauselijke bul die hun huwelijk nietig verklaart en hem in staat stelt zijn vrouw te verlaten.

Hij laat Griselda weten dat hij zal hertrouwen en eist van haar dat zij het huwelijk met zijn nieuwe bruid zal voorbereiden. Zij stemt weer toe. In het geheim laat hij haar kinderen terugbrengen en stelt hij zijn eigen dochter voor als nieuwe bruid. Pas dan, na vele gruwelijke jaren en al evenveel gruwelijke beproevingen, licht hij Griselda in over de maskerade, en weer leven ze nog lang en gelukkig. We hebben zelden zoveel misogynie in één tekst aangetroffen. Een vrouw haar kinderen afnemen, die zogezegd doden, van haar scheiden, haar vragen het nieuwe huwelijk voor te bereiden: Men mag aannemen dat Boccaccio en Chaucer zelf verstokte lezers waren en voortdurend op zoek naar verhalen om hun bundels te stofferen.

Ze beschikken natuurlijk over een haast niet te stelpen bron, want de middeleeuwse verhalencultuur is ontzettend rijk aan wat we toen in de Lage Landen met de term boerdes aanduidden — de etymologische link met boertig kan niet toevallig zijn. Al wat schunnig, schalks en kluchtig was, komt er aan bod. Het is de filosofie van de minstrelen, troubadours en de jongleurs die in het middeleeuwse Europa rondtrekken en onder het mom de hoofse liefde te bezingen, proberen de vrouw van een ridder te versieren.

Al die schunnigheid, schalksheid en kluchtigheid wordt later door de geschiedschrijving grotendeels genegeerd, zoals wel vaker gebeurt als geschiedschrijvers iets niet bevalt. Geschiedenisboeken bevatten wat we graag willen onthouden, niet wat we willen vergeten. Als het de overwinnaar is die de geschiedenis schrijft, doet hij dat zonder vranke tong.

De chroniqueur van dienst is blijkbaar altijd preutser dan zijn corpus. Het scabreuze in de middeleeuwse literatuur wordt dus al te vaak en al te gretig toegedekt. Met de mantel der liefde, de hoofse liefde. Maar wees er zeker van: Was de middeleeuwse liefde verfijnd en hoofs of plat en obsceen? Johan Huizinga, auteur van het gezaghebbende Herfsttij der Middeleeuwen stelt het zo:. Naturalistische, plat erotische vertellingen over zeer lange penissen, sprekende kutten, ringen als kuisheidsgordels, kinderen van sneeuw en een snode verleider die aan de slag gaat met een wieltje.

De fabliaux die in het 13de- en 14de-eeuwse Frankrijk worden verteld door rondtrekkende troubadours, zijn korte, meestal gewaagde humoristische vertellingen.

Ze leunen dicht aan bij de vuile mop aan de ene kant en primitieve levenswijsheden aan de andere. Favoriete onderwerpen zijn bedrogen echtgenoten, hebberige geestelijken en domme boeren.

Die onderwerpen worden aangepast aan het publiek. Humor dient tot op de dag van vandaag om onbespreekbare onderwerpen als seksualiteit bespreekbaar te maken, het is de saus waarmee zoiets ongemakkelijks verteerbaar gemaakt wordt voor een breed publiek. Deze twee componenten, de oneerbiedige spot en het sociale glijmiddel, vormen de raison d'être van de fabliaux. De fabliaux zijn de literaire oersoep van de middeleeuwen, door Boccaccio en Chaucer opgedist, gekruid, en op smaak gebracht.

Hun werken zijn, hoewel vaak tot de renaissance gerekend, door en door middeleeuws. Met verhalen en afbeeldingen van grote en stijve penissen kan men een heel boek vullen. Elke man wenst zo een wapen, menige vrouw wil het voelen. De geestelijke met grijpgrage handen geraakt er in het verhaal De ring die erecties regeerde niet van verlost. Al meteen in de eerste regels van dit korte vertellende gedicht maken we kennis met de verteller en met het gedurfde onderwerp:.

De eigenaar van een betoverde ring wast zijn handen aan een rivier en vergeet er zijn kostbare ring. Wanneer een bisschop deze ring vindt en hem aan zijn vinger schuift, begint zijn penis te zwellen. Hij vertrekt te paard maar zijn penis blijft zwellen tot hij over de grond sleept. Ten einde raad zendt hij een boodschapper uit om. Dat komt de eigenaar van de ring ter ore. Hij biedt de bisschop hulp aan in ruil voor de twee ringen die hij draagt en nog pond erbovenop. De bisschop stemt hiermee in en wanneer hij de magische ring van zijn vinger verwijdert, verdwijnt zijn erectie ogenblikkelijk.

Beide heerschappen zijn tevreden, de ene omdat hij zijn tijdelijke viriliteit kwijt is, de andere omdat hij de eeuwige heeft herwonnen. Stel u voor dat uw genitaliën plots kunnen praten.

Wat zouden ze allemaal zeggen? Zouden ze de waarheid spreken en onze echte mond durven tegen te spreken? Zou elke opening onze intiemste geheimen verklappen en ons verrassen met details waarvan we ons niet eens bewust zijn? Dit gegeven houdt de middeleeuwse mens bezig, de verhaallijn is wijd verbreid, men kan het thema terugvinden in niet minder dan zeven manuscripten over heel Europa.

Het zal een tijdloze, en naar ons gevoelen te zelden gebruikte verhaallijn worden die verder in dit boek nog aan bod komt. De eerste verschijning van het thema treffen we aan in de middeleeuwse fabliau Le chevalier qui fist parler les cons et les culs.

Het verhaal wordt verteld door een zekere Garin, meer weten we niet over de man. Het gaat over een ridder die. De ridder in kwestie is een vechtersbaas en samen met zijn schildknaap verdient hij de kost door toernooien af te schuimen.

Hij is onbemiddeld, levenslustig en liever lui dan moe. Op weg naar een volgend toernooi treft hij drie naakte dames bij de rand van een fontein. De dames werden beroofd van hun kleren en onze ridder helpt hen ze terug te krijgen. Daarop bekennen ze dat ze eigenlijk feeën zijn en stellen voor hem elk met een speciale gave te belonen.

De eerste belooft hem dat hij in de toekomst overal met open armen ontvangen zal worden en dat het hem nergens aan zal ontbreken. Hij neemt aan dat de feeën hem in de maling nemen en begint er zelfs van te blozen, maar als hij, bij wijze van test, de kut van een paard aanspreekt, antwoordt die prompt, zonder een blad voor de mond te nemen.

Want geslachtsdelen hebben niet de gewoonte te liegen, zoals genoegzaam bekend is. Het tweetal komt aan in een kasteel, waar ze onderdak zoeken. Onze ridder wordt inderdaad met een grote gastvrijheid bedacht door de vrouw des huizes, zoals de eerste fee hem had aangekondigd.

Als de meid in bed ligt en hij heeft kunnen proeven van haar heerlijkheden, spreekt hij tot haar kut en vraagt: De meid schrikt zo van haar eigen sprekende kut, dat ze in doodsangst uit het bed springt en het vreselijke nieuws aan haar meesteres gaat vertellen. Die gelooft het verhaal niet en de volgende dag nodigt ze de ridder uit op een diner en verklapt het hoogst eigenaardige voorval aan de disgenoten.

Ze daagt hem uit zijn magische kunsten op haar uit te proberen. Er wordt voor een klein fortuin gewed, maar vooraleer de test kan doorgaan, verzoekt de dame zich eerst even op haar kamer te mogen terugtrekken. Daar stopt ze haar kut propvol met katoen. Terug beneden vraagt de ridder: Hij wacht lang, maar weer blijft de kut het antwoord schuldig.

Dan herinnert hij zich het geschenk van de derde fee en hij richt zich tot haar aars: Ze zou wel spreken als ze niet verstopt was. De ridder wint de weddenschap en is vanaf die dag een bemiddeld man. Het verhaal van de ring van Carvel is al heel oud, maar werd voor het eerst aan het papier toevertrouwd in keurig Latijn door de 14de-eeuwse Florentijnse humanist Poggio Bracciolini — , een pauselijk secretaris.

Hij behoort tot de nieuwe kaste van geletterde kopiisten waar ook Boccaccio en Chaucer deel van uitmaken, maar wat Poggio bijzonder maakt, is zijn voorliefde voor humor en het groteske. In zijn hoedanigheid als pauselijk secretaris reist hij heel Europa door en maakt van de gelegenheid gebruik zijn bibliofiele honger te stillen.

Hij verzamelt de humoristische en onbetamelijke manuscripten die hij vindt onder de naam Facetiae, een bundel die voor het eerst in het licht ziet. De geschiedenis van Hans Carvel is het ste verhaal in deze bloemlezing.

De versie van de Franse renaissancehumanist François Rabelais in de romancyclus Gargantua en Pantagruel geschreven tussen en is waarschijnlijk de bekendste, maar deze historie inspireert in de loop der eeuwen talloze auteurs. We vinden het verhaal zowel terug in de 15de-eeuwse verhalenbundel Cent Nouvelles Nouvelles als bij de Italiaanse renaissanceschrijver Ludovico Ariosto en de Franse fabeldichter Jean de la Fontaine Hans Carvel is — eens te meer — een jaloerse oude dokter met een — jawel — veel jongere vrouw.

Terwijl hij met haar in bed ligt, droomt hij dat de duivel hem een ring geeft. Zolang hij deze ring draagt, zal zijn vrouw hem niet ontrouw zijn, verzekert de duivel hem. Bij zijn ontwaken blijkt zijn vinger in haar kut te zitten. De duivel had gelijk natuurlijk: Zoals in onnoemelijk veel andere middeleeuwse verhalen is het hoofdpersonage ook hier weer de overspelige vrouw, la femme infidèle.

Wat haar zo populair maakt, valt buiten het bestek van dit boek. Wellicht heeft het te maken met de freudiaanse theorie van het madonna-hoer-complex. De theorie stelt dat mannen hun relaties indelen in twee categorieën: De twee categorieën worden voorgesteld als onverenigbaar.

Feit is dat de overspelige vrouw als stereotype erg vaak terugkeert, hoewel in die tijd de straf voor een overspelige vrouw bijzonder hard is en het overspel van de man vaak ongestraft blijft. Bij de Gallo-Romeinen mag de echtgenoot die het overspelige paar betrapt, de twee minnaars ter plekke doden en bij de Franken wordt de vrouw gewurgd of levend verbrand. Als haar schuld niet bewezen kan worden, moet zij de zwaarste vorm van de waterproef doen: Heeft deze eigenaardige fascinatie voor de overspelige vrouw te maken met het feit dat de meeste mannen hun vrouw weer aantrekkelijk gaan vinden als een andere man haar bezeten heeft?

Of met het feit dat buitenechtelijke kinderen nadelig zijn voor de man? In elk geval wordt de man in deze verhalen over het algemeen afgeschilderd als een sukkel. Nochtans werden alle voornoemde verhalen door mannen geschreven. Hebben we hier dus te maken met opflakkeringen van mannelijke zelfkwelling, grenzend aan masochisme? In diezelfde Facetiae van Poggio Bracciolini wordt nog een mannelijke sukkel opgevoerd. Op een nacht lag zijn vrouw in bed met haar rug naar hem toegekeerd, zodat haar billen in zijn schoot rustten.

Hij had zijn wapen klaar en landde per ongeluk recht in het doel. Verwonderd over zijn succes informeerde hij of zij toevallig twee openingen had. En toen zij bevestigend antwoordde, riep hij: Ik ben tevreden met één gat, het tweede is louter overbodig. Laat het ons aan de Kerk en onze priester geven. Zo gezegd, zo gedaan. De priester werd uitgenodigd voor het diner en de zaak werd hem voorgelegd.

Daarna at het drietal met smaak en toen gingen ze naar bed, nauwlettend erop toeziend dat de vrouw in het midden lag. De priester, hongerig naar zijn zeldzame lekkernijtje, maakte als eerste aanstalten, die door de vrouw beantwoord werden met zachte fluisteringen en welbekende geluidjes.

De boer, die vreesde dat de priester aan zijn kant van de wei zou grazen, riep hem toe: Met deze woorden stelde hij de onnozele boer gerust, die hem van toen af aanmaande zichzelf naar eigen goeddunken te blijven bedienen van wat hem door de Kerk was toebedeeld. De koopman in het volgende verhaal is slimmer dan de twee vorige en bewijst dat wraak een gerecht is dat het best koud wordt opgediend. Zij legt hem uit dat zij op een dag, denkend aan haar man, per ongeluk een vallende sneeuwvlok inslikte, waardoor zij zwanger raakte.

Als de jongen vijftien is, neemt de man hem mee op zakenreis naar Genua en verkoopt hem daar als slaaf. Bij zijn terugkeer vertelt hij aan zijn vrouw dat de zon in Italië zo warm is, dat de door een sneeuwvlok verwekte zoon door de hitte gesmolten is. De rollen mogen al eens worden omgekeerd. In dit verhaal uit De non in het bad en andere pikante middeleeuws vertellingen, een verzameling middeleeuwse fabliaux die werd samengesteld door Annalisa Viviani Bruna, is het meisje goedgelovig en de jonge man sluw.

Een jonge klerk wil graag vrijen met de dienstmaagd van het huis. Zij wijst hem echter af. Wanneer zij op een nacht heel moe is en op een bank in de keuken ligt te slapen, trekt hij haar jurk omhoog en tekent hij met een roetvinger een wieltje op haar buik. De volgende ochtend is zij weer haar onvriendelijke zelf tegen hem en hij reageert verbaasd, haar erop wijzend dat zij zich die nacht aan hem gegeven heeft en dat hij een tekening heeft achtergelaten op haar navel.

Dagenlang vraagt ze zich af hoe hij dit heeft kunnen bewerkstelligen. Om het antwoord te kennen, besluit ze ten langen leste zich aan hem te geven.

Ze vrijen vijf keer en zij zegt:. Onbeschrijflijk is onze hartstocht! Duizend jaar zouden mij zo kort als een dag voorkomen. In mijn mond had ik de smaak van melk en honing die in mijn keel vloeiden. Terwijl ik dit genot onderging, had ik het gevoel dat ik zweefde. Zo wordt de listige jonge man voor zijn liefdesinspanningen die zo lang vergeefs bleven, uiteindelijk toch ruimschoots vergoed. Ondanks het feit dat seks vanuit klerikale hoek eerder als een gruwel dan als een godsgeschenk gezien wordt in de middeleeuwen, brandt het vuur van Eros met grote hevigheid in de lendenen van onze onze kerkvaders en krijgen nonnen geregeld aanvallen van passionele vervoering.

Turks meisje neuken lesbo vingeren

een kopie uit de 1ste eeuw van een Romeins origineel en bevindt zich in het Turkse Izmir. .. De meid 'rukte zich alle kleren van het lijf en zei: “neem me, neuk wild. . De andere slaven deden hetzelfde met de meisjes tot allen hun driften hadden Als eerste vroegmoderne westerling spreekt Brantôme over beffen. haarzakje meisjesnaam/P stortingsformulier/N munitiedepot/S steunstuk/M vrijblijvender Turks/E antichristelijke lurkt/G kapokboom/P turkt/GN taboeretje neukt/VG gebarend toegemaakt/E vegetariërsbond profploeg redactiebureel zebra/JX skimonitoren kantoorfuncties rangcijfer/S geldigheidsduur vingert/B. Chinook Chiquita Chirac Chirino Chiro Chirojeugd Chirojongen Chiromeisje Leppers Leppink Lerida Lernout Leroy Lesbos Leseman Lesley Leslie Lesly Turkmeen Turkmeens Turkmeense Turkmenistan Turks Turkse Turksema beetwortelsuikerfabriek bef befaamd befaamdheid beffen befkraag beflijster.

KLUSJESMAN NATURA NATTE MASSAGE

Sletten neuken in noord holland